Artikelindex

Vrijdag 14 september 2018

De Hangjongeren
Vrijdag is geen dag om naar school te gaan of te werken. Heerlijk lang hangen op de hangplek bij de sporthal tussen Silvolde en Terborg; tevens camperplaats. Om 9 uur zijn ze al paraat; het groepje notoire spijbelaars (Caitlin Römer, Lana van der Hoef) dat er elk vrij moment van de week te vinden is.

Vandaag hebben ze uitzicht op een mooie voorstelling. Want al vrij vroeg komt een man bij de camper die aan de overkant geparkeerd staat. Hij roept nog een paar keer hard: “Arend-Jan!” en dan doet en man open. “Hans!” roept de man van de camper. “Wat doe jij hier?” “Ontbijt!” roept Hans en houdt een zak met belegde broodjes omhoog. “Oh, gezellig” zegt Arend-Jan. “Maar we zijn met zijn drieën”. Hans is verbaasd. “Je vrouw is toch in de States?”Dan komt er een trotse vrouw uit de camper. “Trudy!” roept Hans verrast. Arend-Jan sust het enthousiasme van Hans. Hij maakt duidelijk dat hij niet blij is dat Hans sit gezien heeft. De hangjongere weten genoeg en gaan er eens geamuseerd voor zitten. Hier is iemand heel vreemd gegaan. En die voelt zich heel betrapt! Er ontstaat een pesterig gesprek; terwijl de picknicktafel buiten wordt gezet en een paar stoelen bijgeschoven. Hans is goed geluimd en wrijft het pijnlijke van de situatie stevig in bij de 2 zondaars. Hoe bozer de twee worden, hoe leuker Hans het vindt. Uiteindelijk maakt Hans het goed door ze beiden uit te nodigen voor een “veelbelovende” rondleiding door Terborg. “En Trudy!” roept hij voor hij weggaat “ik ga je bewijzen dat von Münchhausen niet gelogen heeft.”

HangjongerenNou weten hangjongeren echt niet wat hij daarmee bedoelde, maar die naam von Münchhausen hebben ze wel onthouden. Het was geen voetballer, dat weten ze zeker. Maar misschien de Duitse president of zo? Als Hans weg is praten Trudy en Arend-Jan nog door. Over hoe leuk het was 's nachts; hoe moeilijk de vrouw van Arend-Jan gaat doen. “Heel moeilijk!” zegt Arend-Jan. “Als je gaat scheiden mag je wel bij mij komen.” stelt Trudy voor. Maar een armoedige Duitse non-fictie schrijfster is niet direct wat Arend-Jan voor ogen staat. “Nou.. Leuk. Dank je wel.” miept Trudy. En ze staat op en loopt weg. “Wat ga je doen?” roept Arend-Jan. “Ik ga kijken wat die snoeshaan uitvreet!” roept ze terug. “En ik heb nog spullen in de Roode Leeuw liggen.” Maar dat ze boos is dat is voor de hangjongeren wel duidelijk. Fijn om te zien hoe volwassenen er ook een zooitje van maken.

Dan gaat de telefoon van Arend-Jan. Overduidelijk zijn vrouw uit de States. Verachtelijk hoe hij liegt tegen haar. Vinden de hangjongeren. En zoete broodjes bakt. Hij moet blijkbaar veel moeite doen om haar gerust te stellen. Met een zucht verbreekt hij het contact en gaat zitten. “Koffie” zegt hij. “Graag” roepen de hangjongeren. “Kom maar!”zegt Arend-Jan. En zo hebben ze een paar uur met Arend-Jan gekletst en hebben hem helemaal uitgehoord. Nu weten ze alles over zijn misstap en hoe afhankelijk hij is van zijn huwelijk en hoe bang hij is dat Hans zijn one-night-stand aan zijn vrouw vertelt!

De Rondleiding
MaasteakZoals beloofd ontmoeten de vier nieuwe vrienden elkaar in de middag in Terborg. De route die ze lopen volgt de ontdekkingen die Hans de afgelopen dagen heeft gedaan. Het gaat van de Roode Leeuw naar de Silvoldseweg 27 en via de P8, waar ze uitgebreid naar binnen gaan, naar het terrein van de Anton Tijdingschool. Van daaruit lopen ze via de stationsstraat naar de Industrieweg en blijven daar op de kruising ondanks de drukte wat heen en weer lopen. Alsof ze kunnen zien wat een gewoon mens niet kan zien. Bij het gebouwtje van Maas Teak gaan ze ook naar binnen. Binnen vertelt Hans, en de mensen van Maas horen dat ook, dat hij hier vanavond hoopt zijn grote gelijk te halen. Het bewijs dat von Münchhausen niet gelogen heeft. Dat levert een pittige discussie op tussen Hans en Trudy. Een discussie die de mannen van Maas zich zaterdag nog zullen herinneren. Want Trudy loopt boos weg. Een van de mannen loopt haar bezorgd achterna en zegt tegen Hans “Moest dat nou?” Hans en Bob wandelen daarna voor een broodje naar Lunchroom Terborg . Onderweg koopt 1 van hen nog snel wat schoensmeer in schoenhandel Beumer. In een fraaie Beumertas neemt hij dat mee naar de lunchroom. Ze gaan op het terras zitten.

Daar ziet Bob zijn kans schoon en lucht eindelijk zijn hart tegenover Hans. Hij vertelt over hoe zwaar de familie Nolet het sowoieso al had. Hoe hij gehoord had dat zijn moeder hoopte op een eerlijke verdeling uit het fonds van de Both. Hoe de familie Deurvorst zich vanaf moment 1 hadden misdragen naar de familie Nolet. Hoe ze hun ervaring en contacten hadden misbruikt om zoveel mogelijk voor zichzelf uit het fonds te halen. En hoe ze dat was gelukt. “Wij van de Nolet-tak, wij zijn niet zo.” had zijn moeder Bob altijd voorgehouden. En Bob zou niet rusten voor gerechtigheid was gedaan. Hans moet er wat om lachen. Wat is geld tenslotte? Woest wordt Bob om dat soort uitspraken. Hans weet niet waar hij het over heeft! Opgroeien in armoe. Maar het is tegen dovemansoren. Hans heeft nou eenmaal niks met geld. “Omdat je geld hebt!” roept Bob.

Dat Hans helemaal geen geld heeft, blijkt wel bij het betalen. Bob moet alles betalen. “Wij van Nolet zijn te goed voor deze wereld!” Daar is Hans het helemaal mee eens. Woest loopt Bob weg. Hans roept hem na: “Dank je wel!” Hans schudt zijn hoofd; haalt nog eens diep adem en vraagt dan aan de mensen die er nog zitten waar hij in Terborg een goede schop kan kopen. Maar misschien kan hij er ook wel een lenen bedenkt hij zich. “Een schop is zo duur”

BBBob loopt boos naar zijn Bed & Breakfast. Daar vertelt hij zijn verhaal aan de landlady (Mevrouw Folmer). Die wordt daarmee wel een belangrijke getuige. Al was het alleen maar om te bevestigen dat Bob de rest van de avond blijft werken in zijn kamer. Ze heeft hem nog thee en een glas wijn gebracht. Maar hij is de deur niet uit geweest. Niet dat ze dat snel tegen mensen zal vertellen; de privacy van haar gasten staat bovenaan haar morele code!

Stille getuigen
De hele vrijdag is Theo Willemsen niet bereikbaar. In de zaal waar hij zijn lezing zou houden staan nog steeds een diaprojector en een diascherm; de dia's en liggen er wat handouts klaar voor een publiek dat tevergeefs op kwam dagen. Aan de muur naast de entree van de Roode Leeuw hangt nog steeds de aankondiging van de lezing met op de achtergrond het boek van Lied Deurvorst. Inderdaad, een tante van Bob. Wat een toeval, dat in de boekenbak van de Vinylfabriek datzelfde boek voor 1 euro te koop ligt! De hele zaterdag; voor alle groepen!

Fatale Opgraving
Je kunt niet zeggen dat Hans onvoorbereid zijn plan ten uitvoer bracht. Hij had door de ruzie met Trudy wel door dat hij haast moest maken. Eerst “leent” hij vlak voor sluitingstijd bij de PLUS een winkelwagentje en brengt dat naar Maas Teak. Zoals afgesproken is het hek nog open en hij zet het wagentje achter het oude koetshuis. Hij “leent” bij de Roode Leeuw een schop en een koevoet waarmee hij naar Maas Teak gaat. Dan zet hij zich aan het scheppen.

Misschien is hij iets te vaak op en neer gelopen. En misschien had hij de schop iets beter verborgen moeten houden. Zo kon het zijn dat Trudy, die op het terras van van der Eem een beetje tot rust komt en haar aantekeningen nog eens doorneemt, oog kreeg voor de activiteiten van Hans. Ze is zo bezig met zijn handelingen dat ze ineens haar spullen bij elkaar pakt en -zonder te betalen- wegloopt. Dat vergeten ze niet snel bij van der Eem. Dat weten ze zaterdags nog. Ze kunnen de vrouw gelukkig goed beschrijven.

Trudy raakt het spoor van Hans eerst kwijt. Pas later als ze zich zijn rondleiding herinnert, loopt ze naar Maas Teak. Daar ziet ze ineen Hans lopen. Hij duwt een winkelwagentje voor zich uit met daarin een grote kist. De aarde kleeft er nog aan, zo vers lijkt de kist uit de grond gehaald. Trudy besluit Hans te volgen.

Hans is opgewonden! Op de plek die hij bedacht heeft, is hij gaan graven en heeft hij in de grond de kist ontdekt. Zo ontspannen en gemakkelijk hij doorgaans is, nu, op het moment van zijn Grote Gelijk weet hij niet goed wat te doen. Hij voelt zich de winnaar van de Staatsloterij. Hij wil weg. Weg uit Terborg! Even alleen en niet traceerbaar zijn ook. Hij besluit met kist en al naar Etten te lopen en daar op de kruising met de Slingerparallel te gaan liften. Een vreemd besluit misschien, dat vooral voortkomt uit zijn opwinding en zijn drang de kist in veiligheid te brengen.

Dan, bij Ettensestraat 27 wil Hans het ook weten ook. Hij breekt het slot van de kist open. Dan openbaart zich het wonder: Daar ligt de kogel van de Baron von Münchhausen! Hans gaat helemaal op in het aanraken van dat bewijs van de waarheid! Daardoor heeft hij geen aandacht voor zijn omgeving. En waarom zou je op zo'n moment ook aandacht hebben voor je omgeving?

LijkJe kunt erover filosoferen of sterven op je meest gelukkige moment een mooie dood is. Als dat zo is , dan is Hans gelukkig gestorven. Maar de manier waarop, dat staat buiten kijf, was niet mooi. Een paar doffe klappen met een koevoet op je hoofd is gewoon rommelig. Hans zal het niet veel uitmaken. Die had niet eens lucht om zijn verbazing uit te schreeuwen.

Trudy had lucht genoeg om Yes-yes-yes-yes te roepen. Maar dat deed ze niet! Ze gebruikte haar lucht om Hans terzijde te schuiven; het deksel van de kist te rukken en weg te gooien en haastig met winkelwagentje en al terug richting Terborg te rijden. Nog even loopt ze terug en wrikt met de koevoet het koperen plaatje van het deksel en neemt dat mee. Niets zal wat haar betreft verwijzen naar de Baron von Münchhausen. Toch maakt ze daarin een fout. Een deel van het plaatje weigert los te komen en blijft aan het deksel vast zitten. Trudy ziet het niet. Wat ze ook niet ziet is de map met spullen die ze bij zich had toen ze in van der Eem zat. In alle opwinding laat ze die liggen.

KistDan begint voor haar een lange tocht naar de Paasberglaan. Ze ontwijkt zoveel mogelijk de mensen en als ze mensen tegen dreigt te komen loopt ze liever om. Uiteindelijk komt ze aan bij de Paasberglaan. Daar zoekt ze een mooie plek in een sloot. Ze kiepert het winkelwagentje om en de kogel rolt zo de sloot in. Slim als ze is zet ze het wagentje weer recht en rijdt er verder mee het bos in. Daar ergens laat ze het voor wat het is.

Om zichzelf een alibi te verschaffen besluit ze naar de camper van Arend-Jan te gaan. Daar voelt ze zich voor nu veilig. Na zo'n moord is een mens wel toe aan een dito-wilde nacht.

Arend Jan is verrast. Hij had niet anders verwacht dan dat hij de nacht alleen zou doorbrengen. Daarom heeft hij al een flinke slok op. Het zal moeilijk zijn om morgen precies te vertellen hoe laat Trudy bij hem aanklopte. Hij neemt nog snel een blauw pilletje terwijl hij een glas wijn inschenkt voor Trudy.